6.1 Ionbinding
Het verband tussen bouw van atomen en de eigenschappen van stoffen is vastgelegd in het Periodiek Systeem van de elementen. De vraag is hoe verbindingen van atomen eruitzien. Atomen kunnen zich op drie verschillende manieren aan elkaar binden, namelijk via:
- ion binding
- metaalbinding
- atoonbinding.
- ion binding
- metaalbinding
- atoonbinding.
Uit de aard van de chemische binding zijn conclusies te trekken over de eigenschappen van stoffen. Omgekeerd kunnen uit de eigenschappen van een verbinding ook conclusies getrokken worden over de bouw van de verbinding.
Een ion binding is de verbinding tussen een positieve en negatieve ionen. Ionen zijn atomen, die een of meerdere elektronen hebben opgenomen of afgestaan. Deze chemische binding berust op elektronische aantrekking. Ion binding komt voor bij combinaties van metalen en niet metalen.
Een ion binding is de verbinding tussen een positieve en negatieve ionen. Ionen zijn atomen, die een of meerdere elektronen hebben opgenomen of afgestaan. Deze chemische binding berust op elektronische aantrekking. Ion binding komt voor bij combinaties van metalen en niet metalen.
Uit het periodiek systeem van kan je van elke atoomsoort het aantal elektrivalentie afleiden. Waterstof is een uitzondering want het kan H negatieve ionen maar ook soms H positieve ionen bevatten. Met de hulp van de valenties kunnen we gemakkelijk de verhouding tussen de aantal ionen in een zout vinden. Bij een zout moet de totale positieve lading gelijk zijn aan de totale negatieve lading.
Er zijn ook andere typeverbindingen en die worden zouten genoemd. Ook worden de termen ionaire stof en ionogene stof gebruikt. In metalen als ijzer en zilver zijn de deeltjes (atomen) ongeladen. In combinatie met andere atomen soorten kunnen zouten ontstaan waarin sprake is van ionen.
Metaalionen zijn altijd positief geladen. Het is mogelijk om de warde van de lading van de metaalionen te bepalen. Natrium- en zilver-atomen hebben een lading 1+ en koperionen een lading 2+. We zeggen ook wel: natrium en zilver hebben een elektrivalentie 1+, koper heeft elektrivalentie 2+. Metalen hebben steeds positieve elektrivalenties.
Metaalionen zijn altijd positief geladen. Het is mogelijk om de warde van de lading van de metaalionen te bepalen. Natrium- en zilver-atomen hebben een lading 1+ en koperionen een lading 2+. We zeggen ook wel: natrium en zilver hebben een elektrivalentie 1+, koper heeft elektrivalentie 2+. Metalen hebben steeds positieve elektrivalenties.
6.2 Naamgeving van zouten.
Bij zouten loopt de naamgeving voor een deel parralel. Er zijn ook verschillen.
De naam van de zouten wordt gevormd door de naam van het metaal + de naam van het element gevolgd door de uitgang '-ide'
Sommige metalen hebben meer dan 1 valentie.
Daar wordt ook onderscheid in gemaakt d.m.v. een Romeins cijfer.
Met het Romeinse cijfer wordt de valentie van het metaal achter het betreffende symbool aangegeven.
De naam van de zouten wordt gevormd door de naam van het metaal + de naam van het element gevolgd door de uitgang '-ide'
Sommige metalen hebben meer dan 1 valentie.
Daar wordt ook onderscheid in gemaakt d.m.v. een Romeins cijfer.
Met het Romeinse cijfer wordt de valentie van het metaal achter het betreffende symbool aangegeven.
Vragen:
1. Is een metaalatom positieve of negative?
2. Lopen alle zouten gelijk aan elkaar? leg uit.
1. Is een metaalatom positieve of negative?
2. Lopen alle zouten gelijk aan elkaar? leg uit.